Hét online woordenboek over seksualiteit
Sekswoordenboek

Libido

Het libido betekent in het Latijn begeerte en staat voor geslachtsdrift of ‘de seksuele drift‘. Seksuele drift betekent weer dat ieder mens een “innerlijke drang” naar seks zou hebben. Je innerlijke drang (je libido dus) zou een natuurlijke, spontane, levensdrift zijn, die bevredigd moet worden door seks. In de seksuologie gebruiken we libido niet echt meer. Het is een beetje een ouderwets verklarend woord en model voor de mate van zin in seks.

Hoog libido

Je libido zou verklaren hoeveel zin je in seks hebt. Bij een hoog libido heb je veel zin in of veel behoefte aan seks, bij een laag libido weinig. Mannen zouden van nature een hoger, of meer, libido hebben dan vrouwen. En jonge mensen meer dan ouderen. Het woord libido werd dus als een soort maat gebruikt voor hoeveel behoefte je hebt aan seksualiteit. Testosteron zou verantwoordelijk zijn voor het libido en het op peil houden (vandaar dat mannen en jonge mensen meer libido zouden hebben dan vrouwen en ouderen; zij hebben meer testosteron).

Libido is zó jaren 1900!

Mensen denken vaak onterecht dat seks en de zin in seks spontaan komt. Ja, denken ze, door die innerlijke drang, door dat libido… Maar spontane drift, gedreven door testosteron, blijkt niet je zin in seks te verklaren. Het zit wat ingewikkelder in elkaar en seksuologen gebruiken inmiddels andere woorden. Voor ‘libido’ gebruiken we seksueel verlangen, seksuele interesse of seksuele motivatie. En seks komt niet spontaan, maar verloopt in een cirkel van fases.

‘Cirkel van seks’

Eerst ben je ‘seksueel neutraal’ en niet ‘van nature driftig’. Je staat open voor stimuli (prikkels) van buiten. Die fases van seksueel reageren (de seksuele respons), staan niet vast, ze beïnvloeden elkaar, kunnen in elkaar overgaan, elkaar versterken, remmen of vastlopen en kunnen verschillen per persoon en per moment. Kort gezegd zijn er biopsychosociale (biologische, psychologische en sociale) factoren van invloed op alle fasen. Je behoefte aan en zin in seksualiteit, je seksuele verlangen en seksuele opwinding, ontstaan door onbewuste en bewuste prikkels die je waarneemt (geur, beeld, aanrakingen, geluid, je gedachten en fantasie) en je gedachten en je gevoel daarbij. Zijn je gedachten en gevoelens fijn en positief dan krijg je meer behoefte, zin en bevrediging in/van seksualiteit. Zijn je gedachten en gevoel (tijdelijk) negatief, dan remmen ze en zul je (even) geen zin (meer) hebben in intimiteit en/of niet (verder) opgewonden raken. Dat kan dus per moment en per persoon verschillen. De kunst is én blijft om aandachtig bij je eigen waarneming (gevoel, lichaamssensaties, geur, beeld, geluid, fantasie) te blijven. Daarmee blijf je gericht op voor jou prettige prikkels. Je seksuele opwinding gaat en blijft op ‘aan’. En dat kan uiteindelijk leiden tot een orgasme. Orgasme of niet (hoeft ook niet), focussen op jezelf helpt je in ieder geval naar een voor jou bevredigende seksualiteit!

tags: